Anny Delorie |
| "... als ik tussen de coulissen
sta, vlak voordat ik op de Bühne moet, dan bibberen m'n knieën.
Ja altijd. Ik vraag me dan telkens af: waarom ben je zangeres geworden?
Maar als ik eenmaal op het toneel sta, dan is alle spanning weg, dan
voel ik me in m'n element, dan vind ik het fijn om te zingen ... " Anny Delorie, interview KRO-radio |
|
Anny Delorie 1925 |
|
Van een gerichte zangstudie was voorlopig echter nog geen sprake. Anny ging na afloop van de lagere school eerst naar de mode vakschool. Een zanglerares - Anny Viehoff - die eenmaal in de week zangles gaf bij een koor van de mode vakschool, viel het op dat er in Anny Delorie een talent voor zang sluimerde. Maar aangezien tijdens de oorlogsjaren het leven niet zo makkelijk was en er geld verdiend moest worden, ging zij in 1940, op 15-jarige leeftijd geen zang studeren, maar op kantoor werken. Bij Nedlloyd, afdeling ongevallen verzekeringen. Maar daar zij niet zonder muziek kon, werd zij lid van Zanglust, het gemengd- en kinderkoor van Willem Hespe. In februari 1961 trad zij - als een gevestigde artieste - met dit zelfde kinderkoor op in Amsterdam, ter gelegenheid van Hespe's 85e verjaardag. Zij liet na afloop van het concert duidelijk merken, dat zij haar band met dit kinderkoor nog niet vergeten was. |
![]() |
|
"... De voordracht van de alt
Anny Delorie vertoont diva-allures, maar is te melodramatisch, haar
klankexpressie in het hoge register is echter fraai ... ". Na afloop van haar studie trad Anny Delorie hoofdzakelijk op als lied- en oratoriumzangeres. Ook was zij lid van het Amsterdams Vocaal Ensemble. In juni 1949 nam zij deel aan een Internationaal Vocalisten Concours te 's Gravenhage. In de jury zaten: haar lerares Berthe Seroen, Theo Baylé, Eduard Flipse, Paul Hupperts, Kor Kuiler, Frans Vroons en Herman Schey. Zij behaalde in de afdeling oratorium en lied een gedeelde 3e prijs, samen met Mien Blekxtoon. De 1e en 2e prijzen gingen naar respectievelijk Clementine Ooms en Leo Ketelaars en naar Gerard van den Berk en Riek Waas-Veen. Enkele recensies uit deze periode: "... de alt, Annie Delorie
heeft een prachtige altstem en zong - behoudens een klein ongelukje -
voortreffelijk ... " "... onder de solisten merkte
men in de onbekende Anny Delorie een uitstekende alt op ..." "... het duet van de sopraan
Corry Bijster en de alt Anny Delorie was zeer fraai van klank en
samenzang en dit betekent voor de jonge altzangeres een extra
compliment ..." |
|
Anny Delorie, met haar favoriete broche |
|
Dit was het begin van een lange succesvolle operacarrière. Zij vertokte bij de Nederlandse Opera rollen als, o.a. Azucena (Trovatore), Ulrica (Un ballo in maschera), Amneris (Aïda), de kosteres Borya (Jenufa, Janacek), Carmen, Orfeo (Orfeo ed Euredice), Judith (Blauwbaard, Bartok), Fricka (Walküre), Dalila (Samson et Dalila), Charlotte (Werther), Lady Macbeth (Macbeth), Prinses Eboli (Don Carlos), Emilia (Otello), Maddalena (Rigoletto), heks (Rusalka, Dvorak), Klytaimnestra (Elektra, R.Strauss), Genevieve (Pelléas et Mélisande), maar ook sopraanrollen als Santuzza in Mascagni's Cavalleria Rusticana. Gedurende deze opera periode bleef het zingen niet alléén hiertoe beperkt. Zij bleef liedrecitals geven en ook in oratoriums zingen. Zo trad zij bijvoorbeeld in 1959 met veel succes op in Verdi's Requiem, in 1960 in Beethoven's Negende en in 1961 in Bach's Matthäus Passion en in Rossini's Stabat Mater. Maar ook in werken als Mahler's Achtste - waar zij de alt en sopraanpartij zong, zijn Tweede Symfonie - en Klaagzangen van Jeremias (Marius Monnikendam) trad zij op. In Nederland zong zij het grootste deel van haar opera uitvoeringen bij de voormalige Nederlands(ch)e Opera die in 1964 opgeheven werd. De eind 1964 nieuw opgerichte Nederlandse Operastichting, later weer De Nederlandse Opera geheten, was anders van opzet. Per voorstelling werden de artiesten gecontracteerd. In deze periode trad Anny Delorie wat minder op in Nederland en wat vaker bij diverse Duitse opera gezelschappen. Zij heeft veelvuldig gesoleerd bij het
Concertgebouworkest o.l.v. dirigenten als Eduard van Beinum, Bernard
Haitink, Willem van Otterloo, Joseph Krips, Georg Solti en Furtwängler
in - behalve de reeds genoemde werken - ook in werken als het Stabat
Mater van Pergolesi en Dvorak, in Gustav Mahler's Kindertoten-
en Rückertlieder en in Beethoven's Negende Symfonie
en in Richard Wagner's Wesendonklieder. Ook in het buitenland vierde Anny Delorie triomfen. Zij was in het seizoen 1956/75 verbonden aan de opera van Frankfurt voor ongeveer 65 voorstellingen per seizoen, gaf gastoptredens in Duitsland in opera's als Il trovatore, Aïda, Der Wildschütz (Lortzing), Julius Cesar (Händel) en Don Carlos. Zij trad o.a. op in de operahuizen van Praag (Jenufa en Aïda), Brussel (Orfeo), Parijs (Orfeo ed Euredice), Hamburg, München, Keulen (Aïda), Londen (Covent Garden, Aïda, als Amneris) en Berlijn. Ook zong zij bij het Holland Festival, het Mijnstreek Festival en de festivals van Passau en Augsburg. Na een optreden ontmoette zij de beroemde tenor Beniamino Gigli (aan het eind van zijn leven, overleden 30 november 1957, Rome), die zo onder de indruk was van haar talent, dat hij haar uitnodigde naar Italië te komen en op te treden in de Scala van Milaan. |
|
foto Lou (Levi) Biloen |
|
In april 1966 werd Anny Delorie benoemd tot ridder in de orde van Oranje-Nassau in de categorie Cultuur, recreatie en maatschappelijk werk. Mede geridderden die dag, o.a. Bertus Aafjes en Wim Sonneveld. Haar laatste optreden op het operatoneel vond plaats op 1 januari 1970, te Enschede, met de rol van de waarzegster Ulrica in Verdi's Un ballo in Maschera, een uitvoering van Opera Forum, het huidige De Nationale Reisopera. Zij was toen pas 45, maar privé omstandigheden deden haar besluiten een punt achter haar carrière te zetten. Anny Delorie heeft gedurende haar ruim
20-jarige operaloopbaan aan vele honderden producties meegewerkt.
Opnames ervan zijn zeldzaam. Voor zover mij bekend één
LP, MMS-2008,
met hoogtepunten uit Il Trovatore, en een recentelijk uitgebrachte
opname van een complete Trovatore uit 1953, samen met o.a. Gré
Brouwenstijn en Johan van der Zalm op het label Osteria,
OS-1001,
een genot om naar te luisteren. Een uitvoering met uitsluitend
Nederlandse uitvoerenden en een niveau om trots op te zijn. Dit
iniatief van Osteria verdient navolging. Verder was er - helaas niet
meer verkrijgbaar - een opname op Globe
GLO 5109 (2) van Un ballo in
maschera, een uitvoering in het kader van het Holland Festival
1958. Bij ook deze opname was Gré Brouwenstijn van de
partij.
|
|
(p) 2003 Dutch Divas |