|
[ << baritons ]
|
||
|
In 1971 sloot hij zich aan bij de Operette Vereniging Winterswijk. Zijn eerste uitvoering was La vie Parisienne van Jacques Offenbach. De regie was in handen van Anneke van der Graaf, voormalig sterzangeres van Opera Forum, nu Nationale Reisopera geheten. Anneke van der Graaf en haar partner Harry France waren enthousiast over zijn stem en raadden hem aan zangles te gaan nemen. Ze heeft hem een jaar gecoached en stond erop dat hij naar Amsterdam zou gaan om daar een studie aan het conservatorium te gaan volgen. Daar werd hij in 1975 aangenomen. Zijn lerares zang was de onlangs overleden sopraan Erna Spoorenberg. Bewegingsleer kreeg hij van Max Dooijes - voormalig danser van Het Ballet der Lage Landen en werd mede daardoor een zich makkelijk op het toneel bewegende zanger. Na zijn opleiding, in 1978 verkreeg Ernst-Daniël een engagement bij het Städtebundtheater HOF in Beieren. Zijn eerste rol: Méfisto in Faust. Bij Hof in Beieren zong hij rollen als Méfisto(Faust, Gounod), Germont (Traviata, Verdi), Mama Agata (travestierol in Viva La Mama van Donizetti), Barbier ( Barbiere di Siviglia, Rossini), Jevgeni Onegin (Jevgeni Onegin, Tschjaikovski), Figaro (Nozze di Figaro, Mozart), Onkel Chang (Land des Lächelns, Léhar), Lazar Wolf (Anatevka) en Frank in Strauss' Fledermaus. Tijdens zijn verblijf bij Hof raakte Ernst-Daniël bevriend met Winnifred Wagner en dank zij haar kreeg hij een stipendium voor de Bayreuther Festspiele, een ongelooflijke eer en buitenkans voor een jonge zanger in die tijd. In de periode 1980-1985 zong hij te Wuppertal bij de Wuppertaler Bühnen. Hij zong er zo'n 30 grote en kleinere rollen. Van onbekende Wagner's tot Verdi's en Puccini's. Donner (Rheingold), Morald (Die Feen), Wolfram (Tannhäuser), Don Giovanni (Don Giovanni), Carlo(La forza del destino), Falke (Die Fledermaus), Henri (Der Opernball), Silvio ( Paljas), enz. Tussen door gastoptredens in Dettmold( Don Giovanni), Mannheim (Traviata) en Rotterdam (Atilla). Bij de Nederlandse Opera maakte Ernst-Daniël zijn debuut op 7 april 1977 in een voorstelling van Verdi's Don Carlos. Hij zong er de kleine rol van een der 'deputati fiamminghi'.Grote Nederlandse namen bij deze voorstelling waren Jan Derksen (Rodrigo), Pieter van den Berg (Grandinquisatore), Lieuwe Vissser (Un frate) en Antoinette Tiemessen (Elisabeth). Zijn volgende optreden alhier waren Goffredo in Bellini's Il pirate, op 9 november 1977 en de al genoemde Attilla op 5 mei 1982, een uitvoering van de Rotterdamse Opera. Hier zong hij de rol van Ezio. Er zouden nog talrijke optredens in Nederland volgen. Maar zijn zangcarrière bleef niet beperkt tot opera. Hij zong ook in oratoria: Christus in de Johannes Passion en aria's in de Matthäus Passion. Behalve in Duitsland en in Nederland trad hij ook op in Italië, Frankrijk, België, maar hij werd toch vooral bekend door zijn optredens in musicals: Javert in 407 voorstellingen van 'Les Misérables' en de 'Bloedbarbier van Fleetstreet', Sweeney Todd. Het Koninklijk Ballet van Vlaanderen gaf hem de kans om Von Trapp te mogen spelen in 300 voorstellingen van de 'The sound of Music'. Inmiddels meldde zich de TROS met een eigen TV programma. "Una Voce Particolare". Het begon aanvankelijk als een variant op "Jonge Mensen op het Concertpodium" voor amateurs, maar mede door zijn opvattingen over een andere vorm, werd het programma toch gewijzigd. Meer dan 1.2 miljoen kijkers en dat voor een klassiek programma. |
||
![]() |
||
|
Deze bewerking van Jan Rot heb ik in tegenstelling tot zijn bewerking van Schubert's Winterreise wel in een keer beluisterd. Eerst de originele versie naar gedichten van Heine, daarna de hertaling. Niet alle gedichten bevielen me even goed, de eerste vijf zelfs maar matig, maar beginnende met lied 6, De Dom ... begon zijn bewerking mij aan te spreken.
Een opvatting die bij het verder luisteren zich continueerde. De aanvankelijke scepsis begon plaats te maken voor gematigd enthousiasme en lied 9, De bruid en bruidegom kussen ... moet u in het geheel gehoord hebben om te kunnen constateren hoe tekst en muziek in Rot's creatie harmoniëren.
De verdere gedichten bleven van gelijk niveau en ook op de zingbaarheid viel niets aan te merken. Een hele prestatie, tekst maken bij muziek en daarbij ook de originele inhoud niet uit het oog te verliezen, is iets anders dan muziek componeren bij tekst. Heinrich Heine had dit probleem niet. Ernst-Daniël Smid hoorde ik op deze cd voor het eerst en dat was een aangename kennismaking: een mooie stem, goede verstaanbaarheid en een interpretatie die de tekst recht doet. Een uitstekende pleitbezorger. Tenslotte pianist Roger Braun, de begeleider - die zijn opleiding o.a. ontving bij Rudolf Jansen - kweet zich uitstekend van zijn taak, ondersteunend zonder zich te veel op de voorgrond te dringen. Beginnende bij Coenraad V. Bos kunnen we vaststellen in Nederland over uitstekende begeleiders te kunnen beschikken. Homepage van Ernst-Daniël Smid |
||
|
(p) 2007 Dutch Divas |