|
[ << baritons ]
Henri Albers (1866-1926) |
||
|
Johan Hendrik (Henri) Albers werd geboren op 1 februari 1866 te Amsterdam in een eenvoudig Amsterdams gezin. Reeds op jonge leeftijd legde hij artistieke neigingen aan de dag, waarmee zijn ouders evenwel weinig op hadden. Eerst was hij als klerk werkzaam bij de consul-generaal van Frankrijk in de hoofdstad - waar hij zich de Franse taal eigen maakte -, daarna als kantoorbediende bij de distilleerderij Lucas Bols. In 1883 kwam hij in contact met de acteur Bertus Smith, die hem enthousiast maakte voor het toneel. Dit leidde ertoe dat Albers gedurende korte tijd (1883-1884) aan de Tooneelschool lessen ging volgen bij Maria J. Kleine-Gartman, waarna hij in september 1884 een engagement accepteerde bij de Salon des Variétés van Eduard Bamberg en Jean Charlier in de Amsterdamse Amstelstraat. Omdat hij over een mooie baritonstem bleek te beschikken, kreeg hij hier na enige tijd vooral rollen waarin ook gezongen werd. In zo'n rol debuteerde hij in het voorjaar van 1885 in Delft in de vaudeville De dochter van den Admiraal. |
||
|
foto Ger. Sigling, Brussel |
||
|
Op 4 augustus 1873 huwde hij met zijn collega-zangeres, Marguérite Jahn. Zij was de dochter van L.A. Jahn, de toenmalige directeur van de Fransche Opera in Den Haag. Van haar kreeg Albers zijn eerste zanglessen. |
||
|
foto A. Greiner |
||
|
Inmiddels waren Albers' talenten opgemerkt door Albert Carré, de directeur van de Parijse Opéra Comique, die er in 1899 in slaagde hem te contracteren. Tot zijn dood is Albers deze opera, met langere en kortere onderbrekingen, trouw gebleven. Hij zong er 29 rollen, waarvan 12 premières. Hoogtepunten waren zijn vertolkingen van 'Tonio' in I pagliacci van Ruggiero Leoncavallo en van 'Macbeth' in de gelijknamige opera van Ernest Bloch. Ook heeft Albers in 1908/1909 enige malen gezongen bij de Opéra de Paris. Daarnaast trad hij op in talrijke steden in Oostenrijk, Duitsland, Frankrijk en België. In dit laatste land zong hij onder meer van 1901 tot 1906 en in 1918/1919 baritonpartijen in de Koninklijke Muntschouwburg te Brussel. Hij werd er door het publiek eveneens op handen gedragen. Tot zijn grootste creaties in de Belgische hoofdstad behoorde de titelrol in Le roi Arthus van Ernest Chausson tijdens de wereldpremière in november 1903. In 1915 was hij te horen in het Gran Teatro del Liceo in Barcelona, en in 1917 gasteerde hij in de Scala van Milaan bij de première van Les cadeaux de Noël van Xavier Leroux. Verder nam hij in Parijs deel aan de Lamoureux-concerten. In ons land heeft Albers niet veel meer gezongen; na een reeks voorstellingen in het seizoen 1890/1891 bij de Nederlandsche Opera van de Groot, trad hij hier nog slechts enkele malen als gast op. Zo zong hij in maart 1903 in Den Haag 'Hamlet' in de gelijknamige opera van Ambroise Thomas. Op 8 maart 1910 vierde hij in Amsterdam zijn 25-jarig zangersjubileum met de uitvoering van de titelrol in Le chemineau van Leroux. Toen hem een jaar later, op dinsdag 31 januari 1911, in het Stedelijk Museum te Amsterdam ter huldiging zijn geschilderde portret werd aangeboden, schitterde de gevierde zanger als 'Athanael' in Thaïs van Massenet, een voorstelling van het Théatre Royal Français de La Haye. |
||
|
Henri Albers, portret door Salomon Garf |
||
![]() |
||
|
||
|
Aangezien men Albers in Frankrijk tijdens en na de Eerste Wereldoorlog nogal eens onaangenaam bejegende, omdat hij als Nederlander voor een halve 'boche' (mof) gehouden werd, liet hij zich in 1920 tot Fransman naturaliseren. Van lieverlede raakte hij in zijn vaderland in de vergetelheid, maar in Frankrijk en België bleef Albers tot zijn dood een geëerd kunstenaar. In latere jaren beperkte hij zich vrijwel uitsluitend tot het Franse operarepertoire. Daarnaast was hij zangleraar. Waarschijnlijk door het eten van bedorven kreeft werd hij in 1926 plotseling ernstig ziek. Door het te laat inroepen van medische hulp overleed Albers, die alom bekend stond om zijn onvermoeibaar en ijzersterk gestel, op 12 september 1926 aan voedselvergiftiging. Onder enorme belangstelling werd hij in Parijs begraven. |
||
|
||
|
Albers' stem is vastgelegd op verschillende grammofoonplaten (G & T, Odéon, Pathé), waaronder enkele volledige uitvoeringen van Carmen, Rigoletto en Roméo et Juliette van Charles Gounod. Bronvermelding: A.W.J. de Jonge, 'Albers, Johan Hendrik (1866-1926)', in Biografisch Woordenboek van Nederland;"Unvergängliche Stimmen", door K.J.Kutsch en Leo Riemens; "Onze musici" : portretten en biografieën; "Annalen van de operagezelschappen in Nederland 1886-1995", Theater Instituut Nederland, Amsterdam; "De Opera in Nederland", door S.A.M. Bottenheim. De speurtocht naar Nederlands grootste bariton, Henri Albers (VPRO, Urubicha 8 januari 2004) Hoe draai je bijna honderd jaar oude grammofoonplaten,
die twee en een halve kilo wegen, 50 centimeter in diameter meten
en 120 tot 130 toeren lopen, maar die ook verloren gegane opnamen
bevatten van de eens internationaal beroemde Nederlandse bariton,
Henri Albers?
NRC 18 september 1926, artikelen bij het overlijden van Henri Albers, o.a. een intervieuw, 1910 |
||
|
(p) 2007 Dutch Divas |