|
[<< terug naar biografie] |
||
|
De schitterende openingsvoorstelling van een veelbelovend
seizoen Khowanstsjina, Modeste Moessorgsky
" ... Bij de hoofdrolvertolkers onderscheidden
zich vooral Mina Bolotine, een schone Marfa met hoogdramatische
spanningskracht; Edward De Decker, uitmuntend als de oude prins
Khowansky, en de Nederlander Cornelis Schell ,die op stijlvolle
wijze met een rustige en voornaam klinkende basstem de partij
van Docifej verdedigde ... " " ... Vanzelfsprekend ging alle aandacht naar
het debuut van de nieuwe Nederlandse bas Cornelis Schell. De
wijze waarop hij Docifej, het hoofd van de Oud-Gelovigen speelde
en zong, schonk hem onmiddellijke het ruimste crediee. Hoewel
niet bijzonder omvangrijk (of was het de beklemming van het debuut),
is het orgaan van deze zanger strelend en zijn zang is goed geleid.
Hij kan een faze zingen, verzorgt zijn dictie en een paar topnoten
in het slottafereel lieten vermoeden, dat er in hem nog meer
mogelijkheden zitten. Verder werk zal daarover uitsluitsel geven
... " |
||
|
Willem Tell in de K.V.O. te Antwerpen 14 Januari 1957 M. DUBUC ALS WILLEM TELL EN MET MEJ. G. V. D. BROECK ALS ZIJN ZOON, Het kan niet gezegd worden dat de K.V.O. de operaliefhebbers
geen werk biedt dat de moeilijksten moet bevredigen. Na Walkure,
Khowantsjina, Lucie de Lammermoor is het ditmaal de herneming
van Rossini's Wilhem Tell, allemaal werken waarvoor men over
prima krachten moet beschikken om ze behoorlijk te kunnen voorbrengen.
Het is echter jammer te moeten vaststellen, dat na meer dan een
halve eeuw Vlaamse opera de grootste belangstelling nog altijd
blijft gaan naar werk van goedkoper allure en operette. " ... en ook de bas Cornelis Schell, die eveneens als Melchthal grote winst betekende tegenover de première .... " Handelsblad, 13-01-1957 |
||
|
Maandag 18 Februari 1957
" ... Mevr. Lucy Tilly en de heer Schell. Ontstak de eerste, met de aria der klokjes een waar orkaan van applaus, dan bevestigde de tweede met Nilakanthas stances zijn afdoende doorbraak hier naar het eerste plan ... " " ... Het werd een zeer behoorlijke voorstelling
met vertrouwde vertolkers in de hoofdrollen en het was enkel
de bas Cornelius Schell die we hier als nieuweling in de rol
van de wraakzinnige Brahmaan Nilakantha verwachtten. " ... Daarop was het de beurt aan Cornelis
Schell, een voorbeeldige Nilakantha, om met het overbekende aria:
'Lakmé ton doux regards se voile' een stormachtige bijval
te ontketenen ... "
|
||
|
Nogmaals Lucy Tilly in Lakmé |
||
|
Koninklijke Vlaamse Opera - Aida " .. wat de vertolkers aangaat was de heer Cornelis
Schell ongetwijfeld de meest volmaakte vertolker en deze bas
die hier de rol van Ramfis, de opperpriester waarnam is een ware
aanwinst voor het Antwerps lyrisch theater. Naast een voortreffelijk
zingen heeft hij door een accuraat acteren de nodige waardigheid
in zijn vertolking gelegd ... " |
||
|
v.l.n.r. Marcel Vercammen (Radames), Yetty Martens (Amneris) en Cornelis Schell (Ramfis) |
||
|
Cilea's "Arlesiana" - Het meisje van Arles Het "Meisje van Arles" vindt zijn Succes terug 18 November 1957 " ... Nieuwelingen in de bezetting waren mej. Berthe
Van Hyfte, die wel aan alle signalementen voor de jonge maagd
beantwoordde welke aan de man die om een ander treurt niets dan
haar schamele liefde heeft te bieden; verder de heer Schell,
voor wie men vrezen mocht dat de rol van de oude wijze herder
"Balthasar", een diepe bas, wel iets beneden de spanwijdte
van zijn milde stem zou liggen, maar die ook hier zijn goede
faam verdedigde en tenslotte de heer Huysman, wie de rol van
"Mitifio" was toevertrouwd, die hem als acteur en eerste
bariton op proeven stellen zou welke op dit grote toneel voor
hem wel beslissend konden zijn. " ... 'Het meisje van Arles' van Cilea werd een paar jaar geleden zo geestdriftig door ons publiek ontvangen, dat een wederopvoering gepast mocht geacht worden. Het werk behoort tot de Veristische school maar treft toch wel een boeiend persoonlijk accent. Het hoofdmoment - de bekende aria van Frederi - is wel typisch in dit opzicht. Onmiddelijk hierbij aanknopend kunnen we met genoegen aanstippen dat Marcel Vercammen, wiens eigen geaardheid nochtans beter tot uiting komt in Wagnerwerk bv., dit Italiaanse bravourstukje met opmerkelijke stielvaardigheid weet voor te brengen en er dan ook een verdiende bijval mee oogst ... " |
||
|
|
||
|
Triomfantelijk onthaal van de wederopvoering van Veremans' Anna-Marie " ... ontroerende prestaties van Maria Van der Meirsch (in de titelrol) en Edward de Decker (als Meneer Pirroen) ... " " ... hoe verrassend volgt op het kleinburgelijk gestoei
va nhet openingstoneel het liefdes verhaal van Meneer Pirroen,
gezongen door Edward de Decker. Plots staat het gebeuren op een
verheven peil en wordt het magistraal door de muziek onderlijnd. |
||
![]() |
||
|
Stella Dalberg, mezzosopraan. Cesarine in Anna-Marie, Katelijne in Herbergprinses |
||
|
2e van links Simon van Trirum (één der Dolfijnen),
4e van links Maria van der Meirsch (Anna-Marie). Geheel rechts
Cornelis Schell (Guido, één der Dolfijnen) |
||
|
21 September 1961 Als de Koninklijke Vlaamse Opera te Antwerpen eens met haar nieuwe instudering van Herbergprinses van Jan Blockx naar Nederland zou kunnen komen, zou ons dat een zinvol en welkom bezoek lijken. " ...Uit het noorden waren Cornelis Schell
en Chris van Woerkom gekomen, eerstgenoemde voor een vertolking
op hoog niveau van een belangrijke rol; de laatste had voor een
kleine partij een niet minder goede kwaliteit te bieden ... "
Marie-Louise Hendrickx als Rita en Cornelis Schell als de smid Rabo " ... Vocale schoonheid werd vooral geboden
door de dames Marie-Louise Hendrickx (Rita), Stella Dalberg (Katelijne)
en Maria vander Meirsch (Reinilde), maar ook van de bas Cornelis
Schell, die in Antwerpen betere kansen krijgt om zich te ontplooien
dan in Amsterdam, waar hij ook nog verbonden is aan de Nederlandse
Opera ... " " ... In Marie Louise Hendrikx beleefden we
een welhaast ideale Rita, wat helaas niet van Maria v.d. Meirsch
kon worden gezegd; hetgeen het dilemma voor Merlijn tussen verleiding
en deugd wel heel eenvoudig maakte in onze ogen. Emiel de Jonghe
zong de zware partij van Merlijn goed, maar nog niet geheel overtuigend,
in tegenstelling tot Cornelis Schell die van de smid Rabo een
indrukwekkende creatie gaf. Ook de kleinere rollen waren met
zorg bezet en gaven in de lichtere passages een kostelijke ontspanning
... " |
||
|
|
||
|
(p) 2006 Dutch Divas |