| [ < < vorige ] |
|
Willem Mengelberg - recensies |
Matthäus-Passion
- Dirigent: Willem MengelbergKoor en orkest: Amsterdam's Toonkunst Koor, Jongens Koor Zanglust,
Concertgebouw Orkest |
|
*) er bestaat ook een 2 cd-set, zonder tekstboekje voor F19,95 / 9,0 Euro |
|
Willem Mengelberg: Archives inédites( onbekende opnamen) Tahra 401/402 inhoud: Beethoven: symfonie no. 1 en 3 (delen 2, 3 en 4), Egmont ouverture;Weber: Euryanthe ouverture; Mozart: Resta o cara, KV528; Trapp: pianoconcert; Voormolen: concert voor twee hobo's en orkest. Uitvoerenden:Walter Gieseking (piano), Ria Ginster (sopraan), Jaap Stotijn, Hakon Stotijn (hobo), Wiener Philharmoniker, Concertgebouworkest o.l.v. Willem Mengelberg. Deze dubbel cd is door Tahra uitgebracht met relatief onbekend materiaal. Enkele opnames zijn al door Q-disc en Audiophile Classics uitgebracht: De Mozart-aria door Q-disc en Audiophile Classics APL 101.546 en het Trapp-concert eveneens door Audiophile Classics APL 101.542 .Toch is veel materiaal nieuw en belangwekkend. .......Het historisch belang van juist dit materiaal (de beide ouvertures, J.L.) is echter groot, want dit zijn de enige opnamen die bewaard bleven van Mengelberg's vele optredens met de Wiener Philharmoniker.[......] uit februari '44 is de uitvoering met Jaap en Hakon Stotijn van het Concert voor twee hobo's van Voormolen. Het is een vertolking die recht doet aan de ongecomplicieerdheid van de muziek en die .....laat horen wat een schitterende hobo-klank vader en zoon Stotijn produceerden. [......] Het is wel even wennen om dit werk (de 3e symfonie, waarvan deel 1 ontbreekt, J.L.) binnen te vallen met de Marcia Funebre. Al luisterend naar deze schitterende uitvoering wordt het gemis van dat eerste deel alleen maar groter. [.......] Tahra is nog lang niet uitgekeken op Mengelberg. uit een recensie in Luister juli/augustus 2001, recensent Niek Nelissen |
|
WILLEM MENGELBERG - The Live Radio Recordings. Q DISC 97016 (10 CDs plus DVD)
DVD: Mengelberg dirigeert Weber's Oberon Ouverture, het "Adagietto" uit Bizet's L'Arlésienne en "Hongaarse Mars" uit Berlioz' Damnation of Faust. Dit is na de Haitink-box, en de Van Beinum-box de derde Q-disc box geweidt aan een dirigent van het Concertgebouworkest. De Haitink- en Van Beinum-box werden lovend ontvangen. De Van Beinum-box werd zelfs onderscheiden met een Edison voor historisch belang. Ook nu weer heeft Q-disc een verzorgde samemstelling van Mengelberg's uitvoeringen gemaakt. Een groot gedeelte is al reeds eerder op plaat of cd vastgelegd, maar dat doet niets af aan het feit dat hier wederom een goed verzorgde en gedocumenteerde box uitgebracht is. En net als bij de Van Beinum-box met een DVD-schijfje erbij. .......Grote zorg moet besteed zijn aan de technische kant, want sommige van deze opnamen klinken beter dan ooit.[.....] Onmisbaar was ook een opname van Beethoven's Negende [.....] Q-Disc koos niet de bekende opname uit '40, ......maar een twee jaar oudere.......Het duidelijkst komen Mengelberg's kwaliteiten naar voren in de krachtig gespeelde eerste twee delen.[.....] Naast dit bekende materiaal biedt Q-disc ook verrassingen.[....] met materiaal uit het privé-archief van Cor de Groot bracht Q-disc voor het eerst het complete concert ( Beethovens 5e pianoconcert uit '42 met Cor de Groot) op cd.[....] To van der Sluys is niet alleen te beluisteren in Beethovens Negende maar ook in Bachs Cantate BWV 202, waaruit één aria terecht kwam in het Philips doosje 'Het puik van zoete kelen'.[....] Toch komen Mengelbergs kwaliteiten ook met de eigenzinnigheden beslist naar voren.[.....] Het zijn unieke documenten uit de geschiedenis van het Concertgebouworkest, die nu integraal voor de verzamelaar beschikbaar zijn. recensie Luister, mei 2001, recensent Niek Nelissen recensie: NRC Handelsblad, Kasper Jansen |
|
Willem Mengelberg: Maestro Appasionato, all recordings
with the Concertgebouworchestra recensie 'Luister, in de Slag, januari 2001, recensent Niek Nelissen *) deze Vierde van Mahler vind ik hier aanmerkelijk beter klinken dan in de Philips uitgave! En bij de slotconclusie van Niek Nelissen sluit ik mij aan ... 'een aanrader'. J.L. 'CONCERTGEBOUW SERIES' Audiophile Classics, APL 101.541 en APL 101.542, recensie van deze twee cd's op de site van ClassicalCdReview CONCERTGEBOUW SERIES PIJPER: Cello Concerto (Marix Loevensohn, rec. Nov. 22, 1936).
WILLEM MENGELBERG: Preludium on the Dutch National Anthem (New
York Phil. rec. April 14, 1924). VALERIUS-WAGENAAR: Wir treten
zum Beten (rec. Nov. 30, 1938). DOPPER: Ciaconna gotica (rec.
April 9, 1940). RÖNTGEN: Two Old Dutch Dances (rec. Nov.
11/13, 1940). ANDRIESSEN: Magna res est amor. RUDOLF MENGELBERG:
Salve Regina, Op. 20 (Jo Vincent, sop. rec. April 9, 1940). WAGENAAR:
Cyrano de Bergerac Overture, Op. 23 (rec. April 16, 1942). MARNIX
VAN ST. ALDEGONDE: Wilhelmus van Nassauen (rec. Nov. 30, 1938). Audiophile Classics, APL 101.546 en APL 101.550, recensie van deze twee cd's op de site van de al boven genoemde site ClassicalCdReview PUCCINI: Un bel di vedremo from Madama Butterfly (Grace Moore/June
23, 1936). SCHUBERT: excerpts from Rosamunde, Claudine von Villabella
and Didone Abbandonata (Betty van den Bosch/Dec. 19, 1940). MOZART:
Bella mia fiamma, KV 528. Exultate Jubilate, K. 165 (Ria Ginster/March
5, 1942). BACH: Excerpts from St. Matthew Passion (Jo Vincent/Hermann
Schey/Ilona Durigo); Amsterdam Concertgebouw Orch/Willem Mengelberg,
cond. RAVEL: Daphnis et Chloé Suite No. 2. KODÁLY:
Peacock Variations. DEBUSSY: Fantaisie for Piano and Orchestra
(Walter Gieseking, pianist) Allen te bestellen via Kuiperklassiek, Amsterdam. Brahms: Ein Deutches Requiem, op.45; Franck: symfonie in d; Schubert: symfonie nr 8 en nr 9; Strauss: Don Juan Philips Dutch Masters serie 468 099-2 3cd's .......Uit deze live-opnamen komt Mengelberg naar voren als de volbloed romanticus, die zijn beelden graag op groot canvas en met een Rembrandtesk clair-obscur aanbracht. [.........] De dramatiek van het muzikale verhaal ( Franck) ........wordt bij hem breed uitgemeten. Grootse vertragingen vestigen de aandacht op wendingen in het verloop. [.......] Het contrast tussen de sombere dramatiek en de lieflijke passages wordt op kleurrijke wijze uitgewerkt ( Schubert).[.....] Ook zonder de blinde Mengelberg-verering van die jaren (de jaren dertig, J.L.), blijft het een fascinerend dirigent. recensie Luister, maart 2001, recensent Niek
Nelissen |
|
100 jaar Concertgebouw(-orkest) - 3 Brahms: Symfonie nr. 2 in D, op. 73 -Tragische Ouverture,
op. 81 Nederlandse componisten. Brahms: Symfonie nr. 4 in e, op. 98. Beethoven: Symfonieën nr. 5 in C, Op. 67 - nr. 8 in F,
op. 93. Tsjaikovski: Pianoconcert nr. 1 in bes, op. 23 - Serenade
voor strijkorkest in C, op. 48. Conrad Hansen (piano) en Berliner
Philharmoniker resp. Concertgebouworkest o.l.v. Willem Mengelberg. Tsjaikovski: Symfonie nr. 5 in e, op. 64. Beethoven: Symfonie nr. 6 in F, op. 68 'Pastorale' Strauss, R.: Ein Heldenleben, op. 40. Concertgebouworkest
o.l.v. Willem Mengelberg, m.m.v. Ferdinand Helman (viool). Tsjaikovski: Symfonie nr. 6 in b, op. 74 'Pathétique'
- Ouverture 1812, op. 49. Concertgebouworkest o.l.v. Willem Mengelberg. Dvorak: Symfonie nr. 9 in e, op. 95 'Nieuwe Wereld'. |
![]() |
|
........Na Philips en Decca [.....] vraagt nu Teldec de aandacht met een belangrijke release van tien 'mid-price'-CD's uit het omvangrijke Telefunken-archief. Het gaat uitsluitend om opnamen onder Willem Mengelberg, meestal met het Concertgebouworkest, maar in twee gevallen met de Berliner Philharmoniker. [.....] Philips werkte met glasplaten uit het AVRO-archief, die later op de band werden overgebracht (en daarna op LP resp. CD), terwijl Teldec de oude 78 toeren schellaks op CD overbracht, zonder veel 'bewerking'. Aangezien de originelen van heel wisselende kwaliteit waren, kan men meestal goed horen waar van plaatkant gewisseld word. Soms is dat wel storend als bijv. de karakteristiek van de klank op zich ook nogal wisselt. Om bij Beethoven te blijven viel in de 'Pastorale' de tweede plaatkant als zwaar ruisend en tikkend exemplaar nogal af bij de rest, waarbij bovendien een sterke bromtoon opviel. Ook in het voorspel tot de Meistersinger op dezelfde CD viel het niet bepaald fraaie 'keerpunt' op. Maar veel belangrijker is natuurlijk om weer eens vast te stellen, hoe 'modern' Mengelberg aandoet met deze uitermate vlot ingezette 'Ankunft auf dem Lande' [.....] De opnamen, die door Telefunken tijdens sessies zonder publiek werden gemaakt, omspannen een jaar of vijf. De oudste is van april '37 (Beethoven V), de jongste dateren van april '42 (Wagenaars Cyrano en Brahms' Tragische Ouverture). In twee gevallen toog Mengelberg naar Berlijn, waarbij het om Tsjaikovski ging: zowel het pianoconcert als de vijfde symfonie werden in juli 1940 (!) opgenomen. De Zesde werd 2 1/2 jaar eerder in Amsterdam opgenomen en behoort tot de voor Mengelberg karakteristieke uitvoeringen, die men zeker gehoord moet hebben. (De dirigent claimde, de wensen van de componist optimaal te respecteren dankzij de 'bemiddeling' van Tsjaikovski's broer Modeste). Maar het hoogste belang wil ik bij deze tien CD's toch toekennen aan de Strauss-opnamen - met name aan die van 'Ein Heldenleben' - de 'Sinfonische Dichtung', die aan Mengelberg en het Concertgebouworkest is opgedragen.......... Recensie, Luister december 1988, Cornelis
van Zwol Willem Mengelberg: de eerste opnamen (1926-1931). Wagner: Ouverture Tannhäuser. Mahler: Adagietto uit symfonie nr. 5. Berlioz: Danse des Sylphes en Marche Hongroise uit La damnation de Faust. Cherubini: Ouverture Anacreon. Mendelssohn: Scherzo uit Ein Sommernachtstraum, opus 61. Liszt: Les Préludes. Brahms: Akademische Festouverture, op.80. Grieg: Twee Elegische melodieën, op.34. Concertgebouworkest o.l.v. Willem Mengelberg. EMI CDH 7699562 ........We horen een Concertgebouworkest, dat ook al in de periode 1926-1931 over een fameuze houtblazersgroep beschikt en een strijkerskorps dat excelleert in een gloedvol timbre. Wie door alle in die tijd gebruikelijke portamenti weet heen te luisteren, kan niet anders dan onder de indruk raken van Mengelbergs vaak gespierde visie op de muzikale materie. Wagner bijvoorbeeld klinkt zeldzaam meeslepend. Het verrassende daarbij is Mengelbergs regelmatig blijkende voorkeur voor tamelijke snelle tempi: Mahlers Adagietto duurt slechts ruim 7 minuten, maar valt op door een prachtige frasering. Een ander hoogtepunt vormen Griegs Elegische melodieën, die echter uitzonderlijk breed ademende tempi bezitten.... Maarten Brandt, Luister, december 1988. Willem Mengelberg Händel/Göhler: Suite uit Alcina. J.S.Bach/Mahler: Air uit Suite nr. 3. J.C.Bach/Stein: Sinfonia in Bes, op. 18/2. Mozart: Ouverture Die Zauberflöte. Beethoven: Ouverture Egmont, op. 84. Mendelssohn: Priestermars ut Athalie, op. 74. Meyerbeer: kroningsmars uit La Prophète. Wagner: Wald-weben uit Siegfried. Humperdinck: Ouverture Hänsel und Gretel. Saint-Saens: Le Rouet d'Omphale, op. 31. New York Philharmonic Orchestra o.l.v. Willem Mengelberg. Pearl GEMM CD 9474 - Cat. A Uitvoering 9 - Opname historisch Onze indruk van Mengelberg's dirigeerkunst is hoofdzakelijk gebaseerd op opnamen uit het eind van de jaren dertig, die geen adequaat beeld geven van zijn grootheid. Hoe vreemd het op het eerste gezicht ook moge lijken, de nu beschikbaar gekomen opnamen uit '28 en '30 klinken aanzienlijk moderner dan die van eerdergenoemde periode. Afgezien van tijdgebonden zaken als portamenti bij de strijkers, opteert Mengelberg o.a. in de Sinfonia van J.C.Bach voor zeer levendige tempi, die als zodanig nauwelijks verschillen van wat we tegenwoordig horen. Zeker, het is ook even wennen aan de continuopartijen voor piano in Handel's Alcina-suite, maar verder wordt er aanstekelijk en allerminst ouderwets gemusiceerd. [.....] In het romantische repertoire toont hij zich een sfeerschilder par excellence. Zijn Wagner komt allerminst log, bijna haast Latijns en vol tintelende spanning tot leven en in eens luidende bewoordingen kan worden bericht omtrent de ouverture Hänsel und Gretel.[.....] Alles bijeengenomen dus een belangrijke historische uitgave, die misschien het begin zou kunnen zijn van een nieuwe en meer onbevooroordeelde studie van Willem Mengelberg. Recensie Luister, augustus 1991, recensent Maarten Brandt. Mengelberg - The complete Columbia recordings (vol.2) Suppe: Dichter und Bauer. Strauss, Joh. jr: Perpetuum mobile.
Tsjaikovski: Serenade voor strijkers, wals - Romeo en Julia -
Symfonie nr. 4 - nr. 5 (opn. 1928) - nr. 5, dl 2 & 3 (opn.
1927). Bizet: LArlesienne (fr.). Grieg: Twee elegische melodieën.
Mahler: Symfonie nr. 5, Adagietto. Ravel: Bolero. Beethoven:
Coriolan - Egmont. Wagner: Tannhauser, ouv. Mendelssohn: ....... en dat brengt me op een van de grote pluspunten van deze set, namelijk dat niet alleen aan de klank de grootste zorg is besteed, maar tevens aan de correcte stemming. Het resultaat is dat Mengelbergs opnamen nu beter klinken dan ooit tevoren. De onbetwiste hoogtepunten zijn voor mij de beide vertolkingen van Tsjaikovski's Vijfde, waarvan die uit '27 weliswaar onvolledig is, maar voor wat het langzame deel betreft bijna nog geconcentreerder overkomt dan de verklanking van een jaar later. Het eigenaardige is dat de lengte van 14' heel gangbaar is en dat het toch lijkt of Mengelberg er veel langer over doet. Natuurlijk is het even wennen aan al die portamenti bij de strijkers, maar afgezien daarvan wacht de toehoorder een vertolking, die qua lyriek, grandeur en monumentaliteit hooguit vergeleken kan worden met die van Celibidache (Decca). [.....] Ongekend spannend is ook de al genoemde Tannhauser-ouverture uit '26 en ik kan me moeilijk herinneren de langzame introductie wijdingsvoller te hebben gehoord. [....] Het openingsdeel van de Vierde klinkt hier onverbiddelijk en hetzelfde geldt voor de beide Beethoven-ouvertures. [....] Een welkome uitgave voor iedereen die zich wil verdiepen in de ontwikkeling van het Concertgebouworkest en een van zijn grootste dirigenten. Recensie Luister, mei 1994, recensent Maarten Brandt. |
|
(p) 2001 Dutch Divas |