|
[ << mezzosopranen ]
|
||
|
Als Carmen met Johan van der Zalm in de rol van Don José . |
||
|
In 1971 maakte zij een sensationele comeback in Nederland als Carmen - een glansrol van haar - op 8 oktober in de Amsterdamse Stadsschouwburg, waarna zij hier nog te horen was in onder meer L'Ormindo van Cavalli (Mirinda), Rigoletto (Maddalena), Werther van Massenet (Charlotte, een rol waar zij zich bijzonder toe aangetrokkn voelde) en Il trovatore van Verdi (Azucena), The Consul van Menotti (Secretary)en Ariadne auf Naxos van Richard Strauss (Komponist). Ook trad Cora Canne Meijer vele malen op bij het Holland Festival. Haar laatste optreden bij de Nederlandse Opera als zangeres was in november 1986, als Bianca in Britten's 'The rape of Lucretia'.
|
||
|
Recensies: Het label Gala bracht eind 2001 een aantal dubbel cd's uit van Nederlandse vocalisten, een initiatief, dat navolging verdiend. Van Cora Canne Meijer verscheen de volgende dubbel-cd. THE ART OF CORA CANNE MEIJER IN OPERA
Uitvoering 9 a 10 - Opname L/6 Recensie Luister, oktober 2001, recensent Roeland Gerritsen Ook Cora Canne Meijer begon haar succesvolle loopbaan buiten
Nederland, om aldaar te bewijzen wat ze hier niet mocht uitproberen.
Zo kwamen Eboli, Amneris en Carmen via Zürich tot ons. Ze
begon echter in het lyrische vak, met Cherubino (wiens beide
aria's we hier horen uit eenvoorstelling uit Frankfurt in '59
onder Prohaska, uiteraard in het Duits) en Dorabella. Uit precies
dezelfde Cosi-voorstelling uit Den Haag (als op de cd van Erna
Spoorenberg, J.L.) horen we hier zeven fragmenten, die een goed
beeld geven van de rol waarmee de jonge mezzo een grote faam
verwierf. Canne Meijers cd's geven veel meer dan die van Spoorenberg
echte theaterfragmenten: naast beide genoemde Mozart-voorstellingen
horen we haar Azucena, Amneris, Carmen en Komponist uit live-registraties
van voorstellingen. Carmens Habanera en Seguedille zijn afkomstig
van een gastrol bij een ensemble in Ankara: Canne Meijer was
de enige die Frans zong in een verder geheel Turkse cast, en
de onbekende José zingt dan ook in het Turks ! [ ........
] Een aantal aria's [ ...... ] laat horen hoe zij [ ... ] ook
de meer dramatische rollen aankon. [ .... ] Indrukwekkende voorbeelden
daarvan zijn een dramatisch 'O don fatale' (Eboli) en een werkelijk
fenomenaal uitstapje buiten haar stem vak met de Maddalena-aria
'La mamma morta', waar zij terecht een ovationeel applaus voor
oogstte in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Maar nog interessanter
zijn de langere fragmenten, waarin we haar opbouw van een scène
kunnen volgen: De met een 9 à 10 gewaardeerde conclusie van Roeland
Gerritsen deel ik niet op alle punten, maar wel ten aanzien van
beide Carmenfragmenten - samen met een formidabele onbekende
Turkse tenor - en de beide grote fragmenten uit Poulenc's 'Les
Dialogues des Carmélites'. Wat zij hier presteert onder
directie van Jean Fournet is werkelijk van grote klasse. De vertwijfeling
van de non, die zich op haar levensavond afvraagt of zij wel
de juiste keuze gemaakt heeft in haar leven, wordt ontroerend
verbeeld. Deze rol heeft zij overigens nooit op het toneel gezongen. |
||
| (p) 2002 Dutch Divas |