|
[ << sopranen ]
|
|
In het koor van de Studentenvereniging Sanctus Thomas Aquinas,
kortweg Thomas genaamd, vond zij een haven voor haar al
eerder gebleken interesse in het religieuze genre, zoals oratoria,
missen en andere gewijde muziek. Bij dit Thomaskoor
werd ze na haar eigen zangopleiding enkele keren als soliste
teruggevraagd bij prestigieuze werken. Sommige werden door KRO
en Wereldomroep uitgezonden. In het voorjaar van 1961 trad zij in de Eglise Wallonne
te Amsterdam op met het Brabants Kamerorkest onder leiding
van Evert van Tright. Onder meer zong zij daar duetten uit operas
van Mozart samen met een in studentenkringen bekende amateurzanger
van liederen. Ook concerteerde zij als coloratuurzangeres in
het Concertgebouw met het Noord-Hollands Philharmonisch
Orkest (N.Ph.O) en het Amsterdams Opera Koor in arias
van Bizet en Rossini. Direct na de zomer zong ze bij een bekend
regionaal evenement arias uit Lucia di Lammermore en Don
Pasquale naast werk van de al genoemde twee componisten. In de DNO seizoenen 1961/64 trad zij behalve in de Zauberflöte
op in kleinere rollen in Don Carlos en Rigoletto. Ongeveer in
dezelfde tijd dat DNO de vaste contracten ophief en overging
naar casting per productie kreeg de zangeres met ernstige tegenwind
te maken. Steeds vaker begon een chronisch probleem met haar
constitutie haar slagvaardigheid te hinderen. Haar lyrische coloratuurstem
stem leek op te schuiven naar een type dat minder modulaties
aankon. Ze veroorloofde zich kleine uitstapjes naar de musical.
In de Sound of Music (1964) en Heerlijk duurt het langst (1966)
kon een topstem als de hare natuurlijk wel worden ingepast.
|
|
Isa met Sempre Crescendo'' na haar arias Leiden, 8 december 1958 |
|
Op 14 oktober 2008 wordt voor Isa-Bellas uitvaart door de ongeveer 25 koorleden een mis van Franz Schubert gezongen. Alle koorleden geven, rond en achter de baar lopend, deze grootse zangeres een gepast uitgeleide door hun prachtig gezongen In Paradisum. Maarssen, april 2009, Paul Vehmeyer |
|
(p) 2009 Dutch Divas |