|
[ << sopranen ]
Maria van Dongen als 'Danae' in Richard
Strauss' 'Die Liebe der Danae' |
|
|
Maria van Dongen werd geboren op 23 maart 1928. Haar operadebuut bij de Nederlandsche Opera maakte zij op 24 februari 1953 als een der Brautjungfern (bruidsmeisjes) in Weber's Der Freischütz. Agathe werd gezongen door Greet Koeman, Max afwisselend door Frans Vroons en Jan van Mantgem. In september van dat zelfde jaar zong zij deze rol nogmaals. In december 1954 kreeg zij een belangrijker partij te zingen: Pamina in Mozart's Die Zauberflöte. Zij zong vervolgens Saffi in Strauss' Der Zigeunerbaron (1955), 2e nice (nicht) in Peter Grimes (Britten, 1955), Leonora - afwisselend met Greet Koeman en Gré Brouwenstijn (!) in La forza del destino (Verdi, 1956), Kate Pinkerton in Madame Butterfly (Puccini, 1957), Elisabetta di Valois - wederom afwisselend met Gré Brouwenstijn - in Don Carlos (Verdi, 1957), La contessa di Ceprano in Rigoletto (Verdi, 1957), Annina in La traviata (Verdi, 1957), Desdemona in Otello (Verdi, 1957), Marina in De vier huistirannen (Wolf-Ferrari, 1958), Donna Elvira in Don Giovanni (Mozart, 1958), en Suor zelatrice in Suor Angelica (Puccini, 1958). |
|
|
|
|
In 1958 zong zij tijdens het Holland Festival in de wereldpremière van Sem Dresden's opera François Villon. Bariton Hans Wilbrink (1933-2003) zong de titelrol. |
|
![]()
v.l.n.r. Cora Canne Meijer, Maria van Dongen, Hans Wilbrink en Frances de Bossy |
|
|
In 1958 behaalde Maria van Dongen prijzen bij zowel het Internationale Vocalisten Concours te 's-Hertogenbosch alsmede het Concours van Genève. Mede door dit laatste concours werd zij van 1959 tot 1965 verbonden aan de opera van Zürich waar zij haar debuut maakte als Leonore in Verdi's La forza del destino. Zij werd internationaal bekend door optredens in talrijke Europese theaters, zoals bij de opera van Frankfurt (1962), Londen Albert Hall (Le nozze di Figaro, 1962), Teatro Comunale Bologna (1963), Teatro Regio Parma als Elisabeth (Tannhäuser, 1963) en in het Teatro Verdi Pisa als Elsa in Lohengrin. Vanuit Zürich, waar zij woonde, trad zij op in gastoptredens bij de opera van München (vanaf 1964) en de opera van Wenen (vanaf 1967). In Wenen zong ze o.a. de rol van Ariadne in Ariadne auf Naxos van R. Strauss, Donna Anna en Donna Elvira in Don Giovanni, Fiordiligi in Così fan tutte, de gravin in Le nozze di Figaro, Senta in Der fliegenden Holländer en Desdemona in Verdi's Otello. In München zong ze in 1967 de titelrol in Richard Strauss' opera Die Liebe der Danaë en Irene in Wagner's Rienzi, in 1970 Rosalinde in der Fledermaus. Tevens zong zij Agathe in Weber's Der Freischütz, Die Marshallin in Strauss' Der Rosenkavalier, Fiordiligi in Mozart's Cosi fan tutte (o.a. in Zürich, Wenen, Frankrijk en aan de de Piccola Scala, Milaan), Sieglinde in Die Walküre, Gutrune in Die Gotterdämmerung, Tosca , Aïda, Amelia in Un ballo in maschera en Violetta in La traviata. |
|
|
Maria van Dongen, wederom als Danae |
|
|
In 1965 trad zij op bij de opera van Graz, in 1968 bij de Deutschen Oper Berlin, in 1964 bij het Nationaltheater Mannheim en bij het Teatro Liceo Barcelona (als Leonore in Fidelio). Bij de Scala te Milaan was zij in 1964 als Donna Elvira te horen, evenals in 1964 in Cagliari en in 1968 bij het Teatro Verdi te Triest. In 1967 zong zij bij de Staatsoper von Hamburg de rol van Leonore in Fidelio en trad nogmaals in deze rol op in 1971 bij het Landestheater Innsbruck, het theater waar zij in die periode aan verbonden was. |
|
![]()
V.l.n.r. Maria van Dongen, Marilyn Tyler en Cora Canne Meijer Mozart, Le nozze di Figaro, 1966 |
|
|
Maria van Dongen als Marschallin in Richard Strauss' 'Der Rosenkavalier' |
|
|
Maria van Dongen zong onder dirigenten als Otto Klemperer, Carlo Maria Giulini, Willem van Otterloo, Bernard Haitink, Joseph Kleiberth, Hans Knappersbutsch, Baumgartner (Salzburger Festspiele), Loren Maazel en Francesco Molinari Pradelli.
|
|
|
(p) 2004 Dutch Divas |