|
[ << tenoren ] " ... Gerrit Visser is verbonden geweest aan opera's
in Duitsland. Te Eberfeld, Bremen, Berlijn en thans te Neurenberg,
heeft hij als operazanger veel succes geoogst. Hier te lande
is hij opgetreden in groote Toonkunst-afdeelingen als Den Haag,
Utrecht enz. en wel in de Missa Solemnis, Judas Maccabeus, Schöpfung,
Barbier von Bagdad en andere werken en steeds wist hij door zijn
frissche stem en gedegen muzikaliteit te boeien. |
|
Gerrit Visser, tenor - (1887-1952) |
|
De tenor Gerrit Visser trad echter ook op als liederenzanger. Zo gaf hij op 8 oktober 1937 een liederenavond in Diligentia, Den Haag. Op het programma stonden o.a. werken als Schumann's Dichterliebe. Hij werd hierbij aan de vleugel begeleid door Bernard Tabbernal, zijn vaste muzikale partner. Deze Bernard Tabbernal - geboren in Delft - was niet de eerste de beste, hij reisde destijds de gehele wereld door als pianist en begeleider van beroemde kunstenaars als Tilly Koenen, Maartje Offers, Gerard Hekking, Georg Kulenkampff en Henri Marteau. Hij is als hoofdleraar verbonden geweest aan het Rotterdams Conservatorium. |
![]() |
|
In Nederland zong hij enkele malen bij de opera, in de periode van 1924 tot 1938. Hij trad op bij het gezelschap Co-Opera-Tie in rollen als Don José (Carmen, Bizet), Faust (Faust, Gounod), Tamino (De tooverfluit/ Zauberflöte, Mozart). Bij Opera Studio - van Paul Pella - als Sextus (Julius Cesare, Händel), Gabriel von Eisenstein (Fledermaus, Strauss). Voor de Wagnervereeniging als Vogelweide in Tannhauser. Deze Wagnervereeniging was erg kritisch wat het contracteren van zangers betreft. Dit zegt wel iets van de kwaliteiten van deze tenor. Tegenspeelsters van hem waren o.a. Faniëlla Lohoff-Poons als Carmen, Helene van Raalte-Horneman als Marguerite (Faust) en Lea Fuldauer als Pamina (Zauberflöte). De oorlog maakte een eind aan zijn carrière. Helaas, want op 63-jarige leeftijd was hij nog steeds goed bij stem en haalde hij probleemloos de hoge d in de beroemde aria uit de Postillon von Longjumeau. |
|
Als Pinkerton in Madame Butterfly, Puccini |
![]() |
|
Ine vertelde verder dat haar vaders stem wat timbre en uitspraak betreft het best vergeleken kon worden met de Franse bariton Gerard Souzay. Alleen heeft deze zanger qua volume een kleinere stem. Als zij naar platen van Gerard Souzay luistert - vooral in opnames van Schubert's Winterreise en Schumann's Dichterliebe - hoort zij haar vaders stem nog. Een stem waar zij als klein meisje soms bang voor was, vooral als hij dramatische opera aria's aan het studeren was.
|
|
(p) 2007 Dutch Divas |