|
[ << tenoren ] "... Henk Noort, thans
verbonden aan de opera te Berlijn, zong de Siegfried-partij gepast
dramatisch en met geschoold orgaan zonder in klank excessen te
vervallen, waartoe deze helden-aangelegenheid allicht aanleiding
geeft ... " |
||
|
Henk Noort 1899-1990 |
||
|
De tenor Henk Noort, geboren op 6 oktober 1899 te 's-Gravenhage 1), genoot zijn opleiding bij de bekende zangpedagoge Cornelie van Zanten. Aanvankelijk was hij niet van plan beroepszanger te worden, maar zijn fenomenale tenorstem trok bij het koor waarin hij zong zo de aandacht, dat Evert Cornelis 2) hem naar Cornelie van Zanten doorstuurde. Op haar aanbeveling volgde hij de weg van haar vroegere leerling Jacques Urlus en bestemde zij hem vóór de opera-carrière. Zijn debuut maakte Henk Noort bij de Co-Opera-Tie in 1927, als 1e priester in Mozart's Zauberflöte. Daarna zong hij - eind 1927, begin 1928 - nog enkele kleinere rollen voor dat gezelschap. Omdat in Nederland in die dagen weinig emplooi voor operazangers was, moest hij in het buitenland zijn loopbaan vervolgen. Cornelie van Zanten liet hem voorzingen in verschillende Duitse operatheaters. Hij vertrok naar Koblenz waar hij debuteerde in het Stadttheater. Hier werd hij spoedig opgemerkt door de intendant van de opera te Wupperthal, die hem in 1929 en in 1930 daar reeds alle hoofdrollen toevertrouwde. Ook heeft Henk Noort nog gezongen aan de opera van Elberfeld-Barmen. In het volgende jaar werd hij naar Berlijn en wel aan de Stadtische Opera geroepen. De invloed van de regering op de vocaal-dramatische -kunst in die dagen in de hoofdstad deed hem besluiten in 1932 weer naar het Rijnland terug te keren en hij werd als eerste tenor aan de opera te Düsseldorf verbonden, waar hij van 1933 tot 1935 bleef. Na afloop van zijn contract besloot hij zich alleen nog voor gastvoorstellingen te verbinden en hij trad in 1937 in Salzburg gedurende de Festspiele op, waar hij onder leiding van Toscanini de Walther von Stolzing in de Meistersinger vertolkte. In Nederland zong hij - nu als gevestigde zanger - in eind 1938, begin 1939 rollen als Max in Weber's Der Freischütz en Lohengrin. Tevens maakte hij in die tijd een grote tournee door geheel Amerika en Canada samen met Hilde Konetzi, Marta Krasva en Joël Berglund en hiervan teruggekeerd zong hij als gast te Wenen, Dresden, München, Parijs, Brussel en Berlijn in welke stad men hem voor 6 jaren voor de Staats- en Stedelijke Opera engageerde. |
||
![]() |
||
|
Hij verbrak echter in de loop van de oorlog zijn contract om naar Nederland terug te keren, waar hij zich te Rotterdam 3) vestigde. Gedurende de oorlogsjaren en de eerste jaren hierna zong hij nog verscheidene malen voor de opera in rollen als Florestan (Fidelio), Manrico (Trovatore), Walther von Stolzing (Meistersinger) in afwachting dat de internationale toestanden hem weer zouden veroorloven aan de roepstem van het buitenland gehoor te geven. In 1948 trad hij reeds weer verscheidene malen als gast in Zwitserland op. Zijn laatste opera contract was bij het Stadttheater van Münster. |
||
|
Henk Noort als Lohengrin |
||
|
Er bestaan opnames van hem van Die Meistersinger onder Toscanini als Walter von Stolzing. 1) De meeste bronnen
noemen 's Gravenhage (Den Haag) als geboorteplaats, maar ook
Rotterdam en Leiden worden genoemd.
|
||
|
(p) 2007 Dutch Divas |