|
[ << tenoren ]
|
|
|
Josef (Jos) Tijssen werd geboren op 26 maart 1871 te Roermond. Hij ontving zijn muzikale opleiding - piano, viool en orgel - eerst van Jos. Luijten en van zijn oudste broer Henri Tijssen. Deze laatste was muziekdirecteur in Roermond. Vervolgens studeerde hij aan het Brussels Conservatorium - piano en compositie - bij A.de Greeff, Alphonse Mailly, H. Warnots (piano begeleiding) en Kufferath en Samuel voor contrapunt en compositie. Hij behaalde daar verschillende onderscheidingen. In 1890 werd hij geëngageerd als solo-repetitor en tweede kapelmeester bij Het Hollandsche Opera-Gezelschap (dir. Johannes de Groot) aan de Parkschouwburg te Amsterdam. Diezelfde functie vervulde hij eveneens in het latere operagezelschap- De Nederlandsche Opera - eerst nog onder De groot, later onder Cornelis van der Linden. Op aanraden van zijn vrouw - de bekende zangeres Anna Bremerkamp - die zijn tenorstem ontdekte, ging hij nu zang studeren bij de bekende zangpedagoge Cornelie van Zanten. Hij maakte naam door onvoorbereid in te vallen als Evangelist in een Matthaus Passion uitvoering te Leiden onder leiding van Daniel de Lange. Hierna debuteerde hij op 11 oktober 1890 als operazanger bij Van der Linden met een rolletje (Leuthold) in Rossini's Wilhelm Tell. |
|
|
|
|
Hij vertolkte aanvankelijk kleine lyrische partijen, maar schakelde daarna over op heldentenor rollen. Hij zong tot aan begin 1903 bij Van der Linden rollen als Frederik (Lakmé), Walter van de Vogelweide (Tannhäuser), Raoul de Nangis (Hugenoten), Faust (Gounod), afwisselend met Jacques Urlus(!), Romeo (Romeo en Julia, Gounod), Wilhelm Meister (Mignon), Johannes (Herodiade, Massenet), Walther von Stolzing (Meistersinger), Benno (Het meilief van Gulpen, M.J.Bouman), Rodolphe (Bohème), Florestan (Fidelio), Lohengrin, Nathos (Darthula, Simon van Milligen), Flores V (Flores V, Richard Hol) en Don José (Carmen). |
|
|
|
|
Hij trad op als gast bij de opera's van Dresden (1904), Wenen (1905), München 1908, Wiesbaden (1910) en Rotterdam (1911). Hij zong er rollen als Siegmund (Walküre), Tannhäuser, Lohengrin, Tristan, Raoul (Hugenoten) en Manrico (Il trovatore). Gedurende de Eerste Wereldoorlog verbleef Jos Tijssen weer in Nederland. In deze periode 1914-'18 trad hij nog enkele malen op in rollen als Rupert (Agnete, Julius Röntgen, 1914), Florestan (Fidelio, 1915), Erik (Fliegende Holländer, 1915) en als Pedro in Laagland (Tiefland, 1918). Na afloop van de oorlog vestigde hij zich weer in Duitsland waar hij o.a. werkzaam was als zangpedagoog. Hij woonde er in Kleef (nabij Nijmegen). Zijn levenseinde was tragisch. Voor zijn huis ontstond een samenscholing van herrieschoppers. Toen hij naar buiten kwam om er zich mee te bemoeien werd hij door een van hen neergestoken. Hij overleed aan de gevolgen op 10 augustus 1923. Er bestaan van Jos Tijssen enkele zeer zeldzame opnames gemaakt voor G&T in april 1904 te Hamburg. Het levenslied van Siegmund Winterstürme wichen dem Wonnemond uit Die Walküre, Fanget an uit Die Meistersinger en een duet uit Faust met Max Lohfing.
|
|
|
(p) 2007 Dutch Divas |