|
[ << tenoren ] " Onze talentvolle Opera-
en Concertzanger Jules Moes, die in vele groote steden
van Europa, zoowel als in ons land, in tal van groote opera's
door zijn uitmuntende tenorgeluid en door zijn geroutineerde
spel als acteur lauweren heeft ingeoogst en ook als R.K. Kerkzanger
zeer gevierd is , werd 21 Dec. ter gelegenheid van zijn zilveren
kunstenaarsloopbaan in den Koninklijken Schouwburg te 's-Gravenhage
gehuldigd, bij de opvoering van de opera "Lohengrin",
waarin hij met glans de partij van Lohengrin zong". |
|||
|
Jules Moes |
|||
|
Jules Guillaume Moes werd 6 november 1880 geboren in Maastricht en was in zijn jeugd lid van de Mastreechter Staar. Hij studeerde aan het conservatorium te Amsterdam, en als zo veel van onze Nederlandse zangers was hij een leerling van Cornelia van Zanten. Hij debuteerde in 1902 bij het 'Amsterdamsch Lyrische Tooneel', in operettes - De Mikado, Sullivan, 4 sep.1902 - en zong daarna twee jaar als heldentenor aan de Koninklijke Opera te Gent, en vijf jaar aan de Koninklijke Vlaamse Opera te Antwerpen. Een bijzondere, populariteit verwierf hij zich in het Rembrandt-theater - bij de 'Nederlandsche Opera van het Rembrandttheater' - , dat omstreeks 1910 door een gezelschap onder leiding van Désiré Pauwels werd bespeeld. Hierop volgden van 1910 tot 1914 vier jaar aan de Duitse Opera te Praag, waar hij optrad onder de naam Julius Peters en trad van daaruit vele malen op aan belangrijke Duitse operahuizen. Na het uitbreken van de eerste Wereldoorlog keerde hij terug naar Nederland. |
|||
|
Jules Moes in de rol van Harmaki in Cleopatra |
|||
|
drie maal Jules Moes |
|||
|
In Nederland was hij o.a. te horen in nieuwe Nederlandse werken, zoals ''Die Schneider von Schönau' (Jan W.F. Brandts Buys) en in de premières van 'Warhold' (1918, Theo van der Bijl) en 'Beatrijs' (1925, Willem Landré). Zijn zangloopbaan duurde tot 1940 (Manrico, Trovatore). In 1906 kwam hij bij de Opera van Koopman, daarna maakte hij deel uit van de Nationale Opera van Korlaar en de Co-Opera-Tie. Met dit gezelschap trad hij in Parijs op als Tristan, en creëerde hij de rol van Valentijn in Willem Landre's Beatrijs. In 1925 behoorde hij tot een van de eerste radiopioniers. In zeer vele van de opera's, die de toenmalige H.D.O. op zaterdagavond uitzond, zong Jules Moes de tenorrollen. In 1940 trad hij nog met een ad hoc gezelschap op in de Troubadour van Verdi samen met grootheden als de sopraan Liesbeth Poolman-Meissner en de alt Maartje Offers. Gedurende zijn lange carrière, van 1902 tot 1940 zong hij talrijke rollen en werkte samen met veel beroemde collega's. Max in der Freischütz, José in Carmen, Manrico in de Troubadour en Lohengrin zijn vier van de rollen waarmee hij het meest geassocieerd werd. |
|||
|
Jules Moes als Valentijn in Willem Landré's
Beatrijs, 1925 |
|||
|
Jules Moes, alias Julius Peters |
|||
|
Jules Moes en Marie Mathilde Vreydenberger bij hun 25-jarige huwelijksfeest |
|||
|
Trotse opa (Ampa, zoals Jules
Moes in de familie genoemd werd) en oma met kleinkind Gerard |
|||
|
Kort na zijn 82e verjaardag overleed in Amsterdam op 30 december 1962 de tenor Jules Moes. Daar is hij ook begraven. In tegenstelling tot veel andere zangers, die men na hun afscheid nauwelijks meer in operakringen tegenkomt, bleef Jules Moes intens geïnteresseerd in het operaleven. Hij behoorde tot de vaste bezoekers van de Nederlandse Opera, waar zijn markante verschijning gemist werd. |
|||
|
(p) 2008 Dutch Divas |