|
Philip Terke - eigenlijke naam Evert ter Keurs - werd geboren
in Delft op 30 november 1898. Hij was eerst nog als machinebankwerker
werkzaam alvorens men zijn stemkwaliteiten ontdekte in het mannenkoor
waar hij zong. Nadat hij ook nog in een operakoor in Den Haag
gezongen had, werd zijn stem door Faniëlla Lohoff-Poons
in Den Haag verder ontwikkeld.
Zoals in de twintiger jaren gebruikelijk was, zong Philip Terke
ook in café-chantants en in bioscopen. Zijn eerste successen
behaalde hij echter tijdens concerten in Den Haag en in het Kurhaus
te Scheveningen. Zijn opera debuut maakte hij als "de jonge
dichter " op 12 januari 1922 in een uitvoering van Charpentier's
opera Louise in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen
te Den Haag (K en W). Louise werd gezongen door de sopraan Greta
Santhagens-Manders en Julien door tenor Jules Moes. Hierna volgden
in de periode 1922-1923 bij de Nationale Opera in Den
Haag nog meerdere kleine rollen , o.a. als een bode in Samson
en Dalila (Samson, Jacques Urlus, Dalila, Maartje Offers), Gefangener
in Fidelio, een bode in Aida, Ruiz in Il trovatore, Parpignol
in Bohème, De Cossé in De Hugenoten en een graalridder
in Parsifal.
In 1924 trad hij met sensationeel succes bij N.V. De Opera
van Chris de Vos en Désiré Pauwels in Amsterdam
in het Theater Carré op als Manrico in Verdi's
Il trovatore. Zijn voormalige lerares Faniëlla Lohoff-Poons
zong de rol van Leonora. Deze rol vertolkte hij ook in 1926,
nu werd Leonora gezongen door Greta Santhagens-Manders. Voor
verdere ontwikkeling van zijn stem ging hij naar Berlijn waar
hij bij Gemma Bellincioni studeerde. Hier maakte hij ook in 1926
zijn akoestische Parlophon opnames, die een mooie, heldere tenorstem
laten horen. Helaas kwam het niet tot de verwachte grote carrière.
Hij kon er niet toe komen in Italië te zingen, maar bleef
in Nederland zingen, o.a. bij de Bouwmeester Revues. In
1951 zong hij nog als Faust in de gelijknamige opera in het Kunstmin
te Dordrecht. Zijn laatste toneel optreden was op 19 maart 1953
als priester in Die Zauberflöte. Ook gaf hij nog concerten.
Philip Terke vestigde zich weer in Delft waar hij als zangpedagoog
werkzaam was. In 1977 kreeg hij een ernstig verkeersongeluk,
waarvan hij niet geheel herstelde. Hij overleed aan de gevolgen
hiervan in Amsterdam op 15 november 1978.
Verdi,
La traviata, 'Libiamo
... ', (drinklied)
|